Watersnood



Manschappen van 1 Divisie '7 December' ontdoen de kerk van Tulle van een dikke modderlaag







In 1960 toonden de militairen van 1 Divisie dat ze ook niet te beroerd waren buiten het oefenprogramma om hun handen uit de mouwen te steken. Na een regenperiode van enkele weken in september en oktober werden grote delen van Midden-Frankrijk door overstromingen geteisterd. Een van de bedreigde stadjes was Aubusson, dat op 39 kilometer afstand van La Courtine lag. Deze plaats was beroemd om zijn tapijtindustrie.

Het lag voor de sous-prefet te Aubusson voor de hand de hulp van de in de nabijheid oefende 1 Divisie in te roepen. De vaste kampstaf van La Courtine kwam vervolgens snel in aktie. Onmiddellijk gingen enkele stafofficieren naar het stadje om kontakt op te nemen met de Franse autoriteiten en zich op de hoogte te stellen van de situatie. Bij het aanbreken van de dag arriveerde de A-compagnie van 16 Infanteriebataljon met de nodige zandzakken om vervolgens in samenwerking met II Geniebataljon, een detachement van II Marechaussee-eskadron en de huzaren van II Tankbataljon op alle bedreigde plaatsen dammen op te werpen.

"s-Avonds werden alle troepen, behalve de genie, uit Aubusson teruggetrokken, maar in
La Courtine stonden alweer verse eenheden gereed om de zwaar getroffen bevolking te hulp te schieten. Vooral de ondersteuningscompagnie van II Geniebataljon verrichtte met haar zware materieel voortreffelijk werk. De genisten maakten wegen vrij en voerden afval en puin weg. Tevens ondernamen zij met succes een poging om een zijrivier van de Creuze in zijn oorspronkelijke bedding te geleiden.

Aubusson was niet de enige stad waar de Nederlanders in actie kwamen. Ook het op honderd kilometer van La Courtine gelegen Tulle verkeerde in nood.
Soldaat Antoon C. Heeren van 16 Infanteriebataljon verrichtte daar een moedige daad. Met gevaar voor eigen leven redde hij, onder het oog van vele toeschouwers, een vrouw uit de wild bruisende rivier de Correze. Als dank werd hij bevorderd tot korporaal en kreeg hij de bronzen divisielegpenning uitgereikt. De Franse autoriteiten waren van mening dat 1 Divisie door haar kordate optreden tientallen mensenlevens had gered.
Als dank reikten zij op 27 oktober, tijdens een plechtige ceremonie in Aubusson, enkele onderscheidingen uit. Een compagnie van het Garderegiment Grenadiers stond daarbij aangetreden. Verder waren de drumband van dit regiment en het trompetterkorps van de cavalerie present.

Nadat de divisiecommandant, generaal-majoor De Vries, de troepen had geinspecteerd, trad de drager van de divisievlag naar voren, waarna de sous-prefet van Aubusson de Medaille d'Argent du Courage et du Devouement aan het dundoek hechtte. Het was de eerste maal dat aan een buitenlandse eenheid deze in vredestijd hoogste Franse onderscheiding voor daden van moed en toewijding werd verleend. De mannen van
1 Divisie '7 December' waren er met recht trots op.

De uitreiking van deze hoge Franse onderscheiding voor moed en opoffering was voor 1 Divisie '7 December' een van de hoogtepunten uit het La Courtine-tijdperk. In 1964 kwam daaraan een einde. Aangezien een flinke Franse troepenmacht vanaf 1962 uit de voormalige kolonie Algerije terukeerde, hadden de autoriteiten in Parijs La Courtine weer nodig om de eigen militairen te oefenen. Daarom schroefden zij de huurprijs van het terrein voor 1965 aanzienlijk op.
Omdat de oefentechnische tekortkomingen van deze heuvelachtige lokatie niet meer werden gecompenseerd door de geringe kosten, besloot de Koninklijke Landmacht in het vervolg weer uitsluitend van de oefenterreinen in de Bondsrepubliek gebruik te maken.