Artikel uit BN/DeStem van 02-11-2002
Terug naar La Courtine
Door Lo
van der Wal
Zaterdag 02 november 2002 - De Midden-Franse legerplaats La Courtine stond
voor zandhappen, wolken muskieten, dagenlang gehobbel in een legertruck, maar
toch ook voor onbekende verten. Het was tenslotte begin jaren zestig. De
wereld moest nog worden ontdekt, te beginnen met Frankrijk.

La Courtine is nog lang niet uit het collectieve geheugen verdwenen. Nu al
die tienduizenden Nederlandse militairen die er tussen '59 en '64 oefenden
(pre-)pensionado's zijn geworden, wordt La Courtine opnieuw ontdekt.
In een tijd dat vakanties hooguit naar Schoorl, Nijverdal of Drunen gingen en
stokbrood en wijn onder het hoofdstuk exotisch vielen, had het midden tussen
beekjes, bossen en heuvels gelegen La Courtine de deinende klank van les
beaux yeux, chansons en al het andere dat Frankrijk zo zacht en zwoel maakt.
De werkelijkheid was minder poëtisch. La Courtine was geen mondain oord maar
een boerendorp van nog geen vijftienhonderd inwoners bij (nou ja, op 94 km
van) Clermont Ferrand. Er viel niets te beleven. Bovendien was er weinig
gelegenheid om de toerist of jeune premier uit te hangen. Discipline werd in
het leger met een hoofdletter geschreven. Er was altijd wel koper dat nog
blinkender moest worden gepoetst en na tien uur 's avonds was het uit met de
pret. Wie vijf minuten te laat binnen kwam moest drie dagen achter de wacht
zitten.
Eigenlijk werden avonturen pas achteraf beleefd, wanneer het thuisfront in
geuren en kleuren te horen kreeg hoe onvergetelijk La Courtine was geweest.
De Nederlandse zandhazen die de grauwe alledaagsheid van eind jaren vijftig,
begin jaren zestig tijdelijk achter zich konden laten, kwamen echter niet
terug als bon vivants of stokbrood- en wijnliefhebbers. Stokbrood was er niet
eens bij. De kazerne betrok het brood van een Franse militaire bakkerij. Het
leek verdacht veel op de bammetjes die ook thuis op tafel kwamen.
Een plaatselijke horecaman beleefde gouden tijden, nadat hij een frietkot aan
z'n restaurantje had laten bouwen, waar eveneens frikadellen en kroketten
over de toonbank gingen. Ook begon de kazernedag niet op z'n Frans. Geen
flinke bak slobberkoffie dus, maar wel jam, kaas, margarine en melk. Per dag
gingen er 3600 kilo aardappelen door en 2500 kilo groente.
Het was dan ook hard werken. De tienduizenden militairen die tussen 1959 en
1964 voor korte of langere tijd in La Courtine verbleven, moesten
bombardementen en zelfs atoomaanvallen doorstaan. Het waren tenslotte de
hoogtijdagen van de Koude Oorlog.
Slangen
Alles werd levensecht geoefend. Daarbij moesten onze manschappen allerlei
ongedierte trotseren. Zelfs slangen, als we Rijk de Gooijer mogen geloven.
Hij scoorde hoog met z'n in 1963 uitgebrachte lied Brief uit La Courtine
('Beste ouders, lieve Ine'), waarin wordt gerept van wilde dieren, een hele
troep muskieten en een generaal die door een slang was gebeten. Dat van die
slangen had tekstschrijver Eli Asser niet uit z'n duim gezogen, want in Tour
de France, het handboek voor militairen die in La Courtine gingen oefenen,
werd expliciet ingegaan over hoe te handelen in geval van een slangenbeet.
Al die tienduizenden groene militairen gingen, voor hun idee, flink aan de
boemel in de cafeetjes en winkels van La Courtine. De bevolking moet het met
lede ogen hebben aangezien. Zandzakken voor de deur, dochters achter slot en
grendel, zou je denken. Maar er werd allesbehalve geklaagd over de stormloop
van Nederlandse militairen, die tot vreugde van de plaatselijke middenstand
hun rijksdaalder per dag omzetten in drank, friet en souvenirs.
De jongens ontdekten er Moulinex, een nieuw merk van huishoudelijke
apparaten. De koffiemolens en strijkijzers vlogen als warme stokbroodjes over
de toonbank. Vrachten sigaretten werden ingeslagen en meegesmokkeld onderin
de plunjezakken en accubakken van de voertuigen. Jan Soldaat kon in La
Courtine niet meer stuk. Geen wonder dan ook dat de gemeenschap het vertrek
van de militairen ervoer als een flinke economische aderlating.
Busreizen
Dat ondervond ook Cor Schuilenburg (60) uit Westervoort onlangs nog bij een
bezoek aan het dorp. Baardige Cor, lichting 61-3, mag zichzelf
geen La Courtine-veteraan noemen. Hij 'lag' in Schaarsbergen, maar omdat het
organiseren deze voormalige binnenschipper in het bloed zit, zet hij vanaf
vorig jaar meerdaagse busreizen naar La Courtine op touw.
Vorig jaar maakten zestien ouwe Navopeuken de trip, waarbij ook Parijs en het
ooit door de Duitsers platgeschoten plaatsje Oradour-sur-Glane werden
aangedaan. Vorige maand deden drieëndertig manschappen op leeftijd mee,
sommigen vergezeld van hun echtgenotes die wel eens wilden zien wat er waar
was van al die sterke verhalen.
Ze werden er onthaald als oorlogshelden. Het gezelschap kon slapen in de
kazerne van vroeger. Nu niet met z'n drieëndertigen op een kamer, zoals
destijds, maar in een één- of tweepersoonskamer. Er waren ontvangsten waarbij
tout La Courtine aanwezig was, inclusief de burgemeester en kolonels in vol
tenue. Ook konden de veteranen hun oude oefenterrein terugzien, waar ze ooit
moesten tijgeren en putjes graven. En de vlaggenparade werd bijgewoond,
waarbij de niet meer zo soepele botten na jaren weer eens in het gelid werden
gezet.
Dorpsmeisjes
Tot hun verrassing bleek het restaurant van de krokettenman nog te bestaan en
was ook het Moulinex-vrouwtje nog immer actief in haar winkel voor
huishoudelijke artikelen, waar de tijd heeft stilgestaan. Er lagen zelfs nog
stukken Sunlightzeep stof te vergaren. De herkenning was compleet toen de
ouwe stompen in een plaatselijk etablissement enkele, inmiddels ook op
leeftijd gekomen, dorpsmeisjes van weleer tegenkwamen.
"Zo'n ontvangst hadden zelfs WillemAlexander en Máxima niet gehad",
zegt Cor Schuilenburg enthousiast. Trots laat hij de legpenning van het dorp
zien. Gekregen van de burgemeester. Ook van de kolonel kreeg hij een eervol
cadeau. Aan de wand van z'n vrijgezellenwoning prijkt het schild van het
Franse twintigste regiment infanterie, dat ooit z'n thuisbasis in La Courtine
had en onder andere tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht in Verdun. 'On ne
passe pas', staat er als motto op. Ze komen er niet langs.
Herinneringen
Mede omdat de Fransen zo overduidelijk lieten blijken de oude welvarende
tijden te willen laten herleven, wil Cor volgend jaar twee reisjes voor ex-La
Courtinegangers organiseren. Tot nu toe moet er geld bij. Dat vindt hij niet
erg. Het is een hobby en ook hijzelf heeft een mooie week. Maar volgend jaar
hoopt hij een beetje uit de kosten te komen, al blijft de prijs voor vijf
dagen inclusief overnachtingen waarschijnlijk onder de vijfhonderd euro.
En van het een komt het ander. De oude soldaten die Cors sentimental journeys
meemaakten, komen overal vandaan, van Friesland tot Zeeland. Voordat ze in de
bus stapten, waren ze vreemden voor elkaar. Het gezamenlijk ophalen van
herinneringen verbroedert echter zo, dat er nu reünies op komst zijn. La
Courtine leeft dus nog volop. Het wachten is op een nieuwe brief van Rijk.
Drie dagen hobbelen voor 'onze jongens'
Enorme colonnes waren het, soms wel zeventig kilometer lang, die tussen 1959
en 1964 op en neer pendelden naar Frankrijk. Drie dagen lang zaten militairen
achterin een legervoertuig te hobbelen voordat ze in La Courtine aankwamen.
Volgens woordvoerder Willem Smit van het Instituut voor Militaire
Geschiedenis is niet te zeggen hoeveel soldaten (beroeps en dienstplichtigen)
zich La Courtineveteraan mogen noemen. Het moeten er vele tienduizenden zijn.
Infanterie, cavalerie, artillerie, maar ook de luchtmacht. Alles oefende er.
Het oefenterrein, waarop moeilijk doordringbare naaldbossen stonden, was 6200
hectare groot. Oefenterreinen van dergelijke afmetingen waren in ons land
niet voorhanden. Dat was één van de redenen om uit te wijken naar Frankrijk.
Maar ook had de Bundeswehr het NAVO-oefenterrein Sennelager in Duitsland
nodig, waar 'onze jongens' tot '58 oefenden.
In 1964 kwam een eind aan de grootschalige oefeningen in La Courtine. Het
Nederlands verdedigingsvak (tegen de Russen) kwam te liggen in de
Noord-Duitse laagvlakte. Het lag voor de hand om daar dan ook te oefenen.
Bovendien was de inzetbaarheid in het geding. De Russen zouden wel eens
kunnen aanvallen op het moment dat een groot deel van het Nederlandse leger
in Frankrijk bivakkeerde.
|